Uncategorized

De 3 fases van de overgang

Als je naar de huisarts gaat omdat je denkt dat je in de overgang bent, vraagt je huisarts doorgaans maar één ding; hoe regelmatig is je cyclus? Soms als je echt aandringt, kan hij/zij een bloedonderzoek laten uitvoeren. De klachten waarmee je naar je huisarts gaat, komen met name door de daling van het hormoon oestrogeen wat minder wordt aangemaakt in de eierstokken. Daardoor krijgt een kliertje in de hersenen, de hypofyse, een seintje waarop het FSH (Follikel Stimulerend Hormoon) wordt aangemaakt in de hoop de eierstokken te stimuleren om meer oestrogeen aan te maken. Dit FSH wordt dan vaak bepaald in het bloed om te kijken of het verhoogd is en of je klachten dus kunnen passen bij de overgang. Omdat juist in deze periode één en ander flink schommelt, komt het vaak voor dat in het bloed een laag gehalte aan FSH gemeten wordt terwijl de klachten toch echt aan een beginnende overgang kunnen worden gewijd.

Ik als ervaringsdeskundige weet inmiddels wel beter. Hebben huisartsen weleens gekeken naar de fases van de overgang en de hierbij behorende klachten? Een ingewikkeld proces als de overgang komt echt niet zomaar van het ene op het andere moment uit de lucht vallen. De overgang bestaat uit 3 fases. Hoe lang deze fases duren verschilt per persoon. Je menstruatie stopt niet zomaar ineens. Daar gaan jaren aan vooraf waarin je lichaam toewerkt naar dat moment. Met welke verschijnselen je overgang begint, of wanneer je dit voor het eerst doorhebt, is ook voor iedere vrouw verschillend.

Pre-menopauze (“pre” = ‘voor’)
Dit is de periode vóór je laatste menstruatie, waarin je hormonen steeds meer gaan schommelen. Je eierstokken gaan langzaam stoppen met de aanmaak van hormonen. Het kost je lichaam steeds meer moeite om eitjes te rijpen. Sommige vrouwen merken daar nog niets van. Anderen voelen deze schommelingen al wel heel goed, ook al is hun menstruatie nog heel regelmatig. Hoe dichter je bij de menopauze komt, hoe meer deze periode gekenmerkt wordt door veranderingen in de menstruatie: Pijnlijker, korter, langer, heftiger, minder heftig, langere of kortere tussenpozen.

Peri-menopauze (“peri” = ‘in de buurt van’).
Dit is een tussenliggende periode die valt in de laatste jaren van de pre-menopauze, maar ook in de menopauze en in de eerste jaren van de postmenopauze.
Wanneer eenmaal ook duidelijke menstruele cyclusveranderingen merkbaar zijn, vaak samen met klachten als opvliegers en zweten, maar waarin je nog geen menstruatievrije periode van 12 maanden hebt gehad, spreekt men ook wel van peri-menopauze. De eisprong (ovulatie) kan pijnlijker worden. Dit komt omdat de eitjes veel moeilijker of niet meer rijpen.

Menopauze (“men”= ‘maand’ en pausis = ‘ophouden’)
Menopauze omvat maar één dag in je overgang. Namelijk de dag van je laatste menstruatie. Als je menstruatie eenmaal een jaar is weggebleven, kun je met redelijke zekerheid zeggen dat je het jaar daarvoor je laatste menstruatie (de menopauze) had. Toch kun je nog langere tijd elke maand voelen wanneer je eigenlijk ongesteld had moeten worden, zowel lichamelijk als geestelijk. In deze periode kunnen opvliegers flink aanwezig zijn.

Post-menopauze (“post” = ‘na’)
Je eierstokken zijn nu gestopt met het aanmaken van hormonen. Om te zorgen dat je toch nog voldoende hormonen hebt voor een gezonde rest van je leven hebben je lichaam en geest nog een heleboel te doen. Ze gaan in deze periode zorgen dat andere organen in de behoefte aan hormonen voorzien. Je lichaam en geest passen zich aan de nieuwe situatie aan en zoeken een nieuw evenwicht.
Tijdens dat proces kunnen overgangsverschijnselen nog volop aanwezig zijn. Zowel opvliegingen als andere lichamelijke en geestelijke verschijnselen. Het lichaam neemt langzaam zijn nieuwe evenwicht aan. Dat neemt tijd in beslag.
Bij de ene vrouw langer dan bij de andere. Hierna breekt een periode aan met nieuwe energie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *